Waarom onze ochtendrush elke dag voelt als een race (ook al komen we nooit te laat)

Gepubliceerd op 3 juni 2026 om 08:28

Elke ochtend om zes uur gaat onze wekker. (buiten op zondag)

Mijn man en ik staan tegelijk op, maar niet voor lang. Tegen 6.15 uur is hij al vertrokken naar zijn werk en begint mijn ochtendshift.

Het eerste wat ik doe? Koffie zetten.

Niet omdat ik zonder koffie niet functioneer (oké, misschien een beetje), maar omdat die eerste koffie samen met mijn 3 minuten dagboek een van de weinige rustige momenten van mijn dag is.

Een paar minuten stilte.

Een paar minuten waarin niemand iets van mij nodig heeft.

Een paar minuten waarin ik gewoon mezelf ben en niet mama, partner, mantelzorger of werknemer.

Die rust duurt meestal niet lang.

Want vaak verschijnt Lucas al rond 6.30 uur beneden.

Lucas is vier jaar en heeft elke ochtend exact dezelfde vraag.

"Mama, is het school vandaag?"

Elke ochtend.

Zonder uitzondering.

Maandag? School.

Zaterdag? Geen school.

Vakantie? Geen school.

Zelfs wanneer we op vakantie zijn, stelt hij dezelfde vraag.

Het antwoord maakt eigenlijk niet uit. Hij is altijd tevreden. Maar de vraag moet gesteld worden.

Tegen 6.30 uur begint mijn werkdag officieel. Ik werk van thuis uit en combineer dat met de zorg voor mijn schoonvader, die Parkinson en dementie heeft. Hij zit in een rolstoel en heeft hulp nodig bij de dagelijkse dingen.

Soms vragen mensen me hoe ik dat allemaal combineer.

Mijn antwoord?

Meestal weet ik dat zelf ook niet helemaal.

Ik doe gewoon wat er moet gebeuren.

Terwijl ik werk, staat het ontbijt klaar. Brooddozen worden gevuld. Drinkflessen worden gecontroleerd. Schooltassen worden nagekeken.

En ondertussen probeer ik twee kinderen klaar te krijgen voor school.

Mijn zoon is meestal vrij gemakkelijk.

Mijn dochter Fae is een ander verhaal.

Fae is negen jaar en heeft ADHD.

Dat betekent dat onze ochtenden vaak bestaan uit één grote herhalingsoefening.

"Fae, ga je aankleden."

"Fae, je sokken."

"Fae?"

"Ja mama?"

"Je was je kleren aan het aandoen."

"Oh ja."

Vijf minuten later:

"Fae, je tanden nog."

Nog eens vijf minuten later:

"Je tanden, schat."

Ik denk soms dat ik elke ochtend meer herinneringen uitstuur dan mijn gsm.

En voor alle duidelijkheid: Fae doet dat niet expres.

Haar hoofd werkt gewoon anders. Terwijl ik bezig ben met de klok, schooluren en planning, denkt zij misschien aan een boek, een liedje of een geweldig idee dat plots veel belangrijker lijkt dan tanden poetsen.

En eerlijk? Soms ben ik daar stiekem een beetje jaloers op.

Wat ik zelf zo vreemd vind, is dat we eigenlijk nooit te laat komen.

Echt nooit.

Sterker nog, meestal hebben we zelfs nog tijd over.

En toch voelt het alsof we elke ochtend deelnemen aan een race.

Een race die nergens naartoe gaat.

Mijn hoofd zegt dat alles onder controle is.

Mijn lichaam denkt daar anders over.

Mijn ademhaling versnelt.

Mijn schouders spannen zich op.

Ik voel de druk al voordat er een reden voor is.

Misschien herkennen andere ouders dat wel.

Je weet dat alles goed komt.

Je weet dat je nog tijd hebt.

Maar toch voelt het alsof je achterloopt.

Het meest chaotische moment dat ik ooit heb meegemaakt?

Overslapen.

Dat was pure chaos.

Kinderen die plots niet meer meewerkten.

Spullen die nergens te vinden waren.

Iedereen die iets nodig had.

En een klok die veel sneller leek te lopen dan normaal.

Gelukkig gebeurt dat zelden.

Maar één keer overslapen is blijkbaar genoeg om jaren later nog steeds drie keer te controleren of je wekker wel juist staat.

Toch zijn het niet die stressmomenten die ik me later zal herinneren.

Ik zal Lucas herinneren die elke ochtend opnieuw vraagt of het school is.

Ik zal Fae herinneren die halverwege het aantrekken van haar schoenen plots een fantastisch verhaal begint te vertellen.

Ik zal mijn eerste koffie herinneren.

Mijn dagboek.

De kleine gesprekken aan de ontbijttafel.

En het gevoel wanneer we uiteindelijk vertrekken richting school.

Met de fiets als het weer meezit.

Met de auto als België beslist om opnieuw een regenachtige ochtend cadeau te doen.

Wanneer ik de kinderen afgezet heb, voel ik vaak hoe moe ik eigenlijk ben.

Alsof mijn lichaam dan pas beseft hoeveel energie die eerste uren hebben gekost.

En toch voel ik ook iets anders.

Trots.

Want ondanks de chaos, ondanks de herhalingen, ondanks de stress die soms nergens vandaan lijkt te komen, lukt het ons elke dag opnieuw.

Iedereen raakt waar hij moet zijn.

Iedereen krijgt ontbijt.

Iedereen wordt gezien.

En misschien is dat uiteindelijk genoeg.

Misschien hoef ik geen perfect rustige ochtend te hebben.

Misschien hoeft niet alles vlekkeloos te verlopen.

Misschien mag onze ochtend gewoon zijn wat ze is: een beetje chaotisch, een beetje luidruchtig, soms vermoeiend, maar vooral heel erg van ons.

En ooit, wanneer de kinderen groter zijn en niemand nog vraagt of het school is vandaag, zal ik waarschijnlijk terugdenken aan deze ochtenden.

Aan de koffie.

Aan de haast.

Aan het geroep van "Fae, je tanden nog!"

En dan zal ik waarschijnlijk glimlachen.

Omdat ik dan besef dat zelfs in de chaos heel veel mooie momenten verborgen zaten.